In de meeste pensioenregelingen wordt ook een voorziening voor de nabestaanden opgebouwd. Het nabestaandenpensioen bestaat meestal uit een partnerpensioen en een wezenpensioen. De hoogte van het nabestaandenpensioen verschilt per pensioenregeling. Recht op een nabestaandenpensioen Ben je gehuwd of geregistreerd partner, dan heeft bij het overlijden van één van de partners, de andere partner recht op een nabestaandenpensioen. In de meeste pensioenregelingen, heeft ook de achtergebleven partner bij ongehuwd samenwonenden recht op een nabestaandenpensioen. Meestal eist de pensioenuitvoerder wel dat er samenlevingscontract is of dat er kinderen zijn.
De hoogte van het nabestaandenpensioenHet nabestaandenpensioen wordt over het algemeen uitgedrukt in een percentage van het ouderdomspensioen. Veel pensioenregelingen gaan er bij de berekeningen vanuit dat iemand tot aan de pensioendatum in dienst zou zijn gebleven. Het pensioen dat dan bereikt zou zijn wordt het "te bereiken ouderdomspensioen" genoemd. Het nabestaandenpensioen is meestal 70% van het te bereiken ouderdomspensioen. Ben je tussentijds één of meermalen van werkgever veranderd, dan bouw je over het algemeen geen volledig pensioen op. Dat heeft dan uiteraard ook gevolgen voor het nabestaandenpensioen. Het wezenpensioen bedraagt meestal 14% van het te bereiken ouderdomspensioen. Bij volle wezen wordt dit percentage vaak verdubbeld. In sommige pensioenregelingen is het wezenpensioen niet gekoppeld aan het te bereiken ouderdomspensioen, maar aan het pensioen dat was opgebouwd tot het moment van overlijden.
De duur van het nabestaandenpensioenOver het algemeen wordt een nabestaandenpensioen levenslang uitgekeerd. Soms worden er tijdelijke toeslagen uitgekeerd, bijvoorbeeld tot de vijfenzestigste verjaardag van de achtergebleven partner. Dit heeft te maken met het feit dat voor die tijd de belastingtarieven hoger zijn dan na die tijd. Het wezenpensioen wordt tot een bepaalde leeftijd uitgekeerd. Meestal is dat tot de leeftijd van 21 of 23 jaar.
Het ANW-hiaatVoor 1996 was de overheidsvoorziening voor nabestaanden en wezen geregeld via de AWW (Algemene Weduwen en wezen Wet). Bij de vervanging van deze wet door de
ANW, is de regeling sterk versoberd. Deze versobering staat bekend als het ANW-hiaat. Sommige pensioenregelingen bieden de mogelijkheid om dit gat (vrijwillig) te dichten. Je kunt zelf berekenen of je een ANW-hiaat hebt met behulp van de
ANW-meter.
Inzicht in je pensioenHet is belangrijk om goed inzicht te hebben in alle voorzieningen voor je nabestaanden. Alleen dan kun je beoordelen of eventuele extra privé-voorzieningen nodig zijn. De aanwezigheid van een nabestaandenpensioen is geen garantie dat je nabestaanden financieel goed verzorgd achterblijven. De hypotheekadviseur zet de zaken graag helder voor je op een rijtje.
Maak een afspraak met een vestiging van De Hypotheker in de buurt.