Bij de berekening van je maximale hypotheek wordt de Gedragscode gehanteerd. Twee factoren binnen de Gedragscode die hierdoor een rol spelen zijn: de toetsrente en de marktwaarde je woning. Samen met je inkomen zijn dit de belangrijkste factoren die je maximale leenbedrag bepalen.
Toetsrente
Om de gevolgen van de GHF-toetsrente beter te kunnen begrijpen, is het belangrijk te weten wat het verband is tussen de toetsrente en de maximale hypotheek. Kies je voor een hypotheek met een korte rentevastperiode dan zal de rente over het algemeen relatief laag uitvallen. Een lage rente betekent een lage maandlast en daardoor zou een relatief hoge hypotheek kunnen worden afgesloten.
Te hoge hypotheek
Het gevaar van een te hoge hypotheek kan zijn dat de rente na de eerste korte rentevast periode omhoog gaat en dat de nieuwe lasten niet meer kunnen worden opgebracht. Het inkomen is in die korte periode immers vaak nog onvoldoende gestegen en ook de waarde van de woning zal onvoldoende zijn om de gehele hypotheek bij verkoop van de woning te kunnen aflossen.
Veiligheidsbuffer
Met de Gedragscode is als het ware een soort veiligheidsbuffer ingebouwd. Kies je voor een rentevastperiode van 9 jaar of korter, dan ben je verplicht te rekenen met de GHF-toetsrente, ook al is de rente die je betaalt lager. Kies je voor 10 jaar of langer vast, dan mag je wél met de offerterente toetsen, ongeacht de hoogte van die rente. Een hoge hypotheek afsluiten op een relatief lage, 1 jaar vaste rente is hierdoor niet meer mogelijk.
Berekeningen die je maakt met onze Hypotheekmeter gaan uit van het door het GHF voorgeschreven toetsingspercentage. Hierbij krijg je een indicatie van jouw maximale leenbedrag op basis van je inkomen.
Maximaal 104% van de marktwaarde
Om een te hoog hypotheekbedrag te voorkomen, mag je niet meer lenen dan 104% van de waarde van je woning. Deze regel is per 1 augustus 2011 ingegaan. Bij de aankoop van een woning betekent de 104% dat je een hypotheek kan afsluiten voor de marktwaarde plus de kosten koper.