Ben je op zoek naar een bepaald onderwerp dan kan je ook gebruikmaken van de veelgestelde vragen, de site doorzoeken of de sitemap gebruiken.
Ga naar:
A |
B |
C |
D |
E |
F |
G |
H |
I |
J |
K |
L |
M |
N |
O |
P |
R |
S |
T |
U |
V |
W |
Z
A
Aandelen
Eigendomsbewijs van een deel van een onderneming. Het bezit van een aandeel geeft recht op een deel van de winst van de onderneming. De waarde van de onderneming, en dus van het aandeel, kan sterk schommelen.
ABW (Algemene Bijstands Wet)
Zie Wet Werk en Bijstand (WWB).
Administratiekosten
De kosten die een hypotheekinstelling in rekening brengt voor het behandelen van een hypotheekaanvraag.
Afkoopwaarde
Het bedrag dat wordt uitgekeerd bij voortijdige beëindiging van een levensverzekering. Dit is de tot op dat moment opgebouwde waarde van de levenpolis eventueel verminderd met diverse kosten.
Aflossingsschema
De manier waarop bij de verschillende hypotheekvormen de aflossing van de schuld plaats vindt.
Aflossingsvrije hypotheek
Een hypotheekvorm waar alleen de betaling van de verschuldigde rente verplicht is en die onder bepaalde voorwaarden zelfstandig of in combinatie met andere hypotheken gesloten kan worden.
Afsluitkosten
Het bedrag dat de hypotheekinstelling in rekening brengt bij het afsluiten van een lening.
Afsluitprovisie
Zie afsluitkosten. Spreekt men over provisie dan is dat in de regel 1% over het hypotheekbedrag.
AKW (Algemene Kinderbijslag Wet)
De Kinderbijslagwet heeft als doel een financiële tegemoetkoming te verstrekken voor de kosten van opvoeding en verzorging van kinderen. De Kinderbijslag wordt per kwartaal betaald.
Algehele gemeenschap van goederen
Al je trouwt of je gaat een geregistreerd partnerschap aan en je regelt verder niet, dan zijn alle inkomsten, schulden en bezittingen gemeenschappelijk bezit.
Alimentatie
Periodiek bedrag dat de ene partner, na echtscheiding, aan de andere partner moet betalen als bijdrage in de kosten van levensonderhoud.
Annuïteitenhypotheek
Een hypotheekvorm waarbij de som van de rente en aflossing, zonder invloed van rentewijziging of extra aflossingen, gelijk blijft. Daarbij neemt in het verloop van de hypotheek de rentebestanddeel af en het aflossingsbestanddeel toe.
ANW (Algemene Nabestaanden Wet)
De ANW is een sociale voorziening die onder voorwaarden een basisuitkering verstrekt aan de achtergebleven partner bij overlijden van de partner.
ANW-hiaat
In vergelijking met eerdere wetgeving op het gebied van nabestaandenvoorzieningen is de ANW sterk versoberd. De beperkingen bij het recht op een uitkering staan bekend als het ANW-hiaat.
AOW (Algemene Ouderdoms Wet)
De AOW is een sociale voorziening die iedereen vanaf 65 jaar van een basisinkomen voorziet. In principe bedraagt de uitkering 50% van het minimumloon per persoon voor samenwonenden en 70% voor alleenstaanden.
AOW-franchise
Zie franchise.
AOW-gat
Voor samenwonenden geboren na 1950 is het recht op partnertoeslag voor de AOW vervallen. De beperkingen bij het recht op een uitkering staan bekend als het AOW-gat.
Appartement
Een woning die onderdeel is van een gebouw of pand met meerdere woningen. Via de notaris (kadaster en splitsingsakte) staat precies beschreven voor welk deel er aanspraak gemaakt kan worden op het exclusieve recht van gebruik
Arbeidsongeschiktheid
Je bent arbeidsongeschikt als je door ziekte, een ongeval of gebreken niet meer in staat bent om zelfstandig in je inkomen te voorzien. Ben je in staat om een deel van je inkomen met arbeid te verdienen, dan ben je gedeeltelijk arbeidsongeschikt.
Arbeidsongeschiktheidsverzekering
Een verzekering die dekking geeft tegen de financiële gevolgen van arbeidsongeschiktheid. Er zijn diverse varianten mogelijk.
B
Bandbreedterente
Variatie op een variabele rente. Het is een vaste rente met over het algemeen een boven- èn een ondermarge (bandbreedte) van een contractueel vastgelegd rentepercentage. Wanneer de marktrente de marge overschrijdt wordt de 'vaste' rente verhoogd of verlaagd. De verhoging of verlaging is ter grootte van het verschil tussen de boven/ondermarge en de marktrente.
Bankgarantie
Een garantie van de bank dat de borgsom die de koper aan de verkoper moet betalen, indien nodig, wordt voldaan.
Bankhypotheek
Dient als zekerheid voor de betaling van al hetgeen de bank van de hypotheekgever te vorderen heeft, ongeacht de wijze waarop deze vordering is ontstaan.
Basisrente
Is het laagste tarief van een bepaalde renteduur die onder de standaardcondities wordt verstrekt.
Bedrijfsspaarregeling
Deze regeling is komen te vervallen per januari 2012. Regeling om via je werkgever belastingvrij te kunnen sparen (spaarloonregeling).
Bedrijfsspaarrekening
Zie geblokkeerde bedrijfsspaarrekening.
Belastbaar inkomen
Het inkomen dat bepalend is voor de belastingheffing. Het belastbaar inkomen wordt vastgesteld via het boxenstelsel en bestaat o.a. uit inkomen uit arbeid en eigen woning, bijtellingen (zoals eigenwoningforfait) en aftrekposten (zoals betaalde (hypotheek)rente en betaalde partneralimentatie).
Belastingvrije som
Zie heffingskorting
Beleggersrekening
Methode van beleggen. Met je inleg koop je aandelen of units in een beleggingsfonds. Er zijn sterke overeenkomsten met een spaarrekening bij de opname- en stortingsmogelijkheden. Het rendement is echter onzeker en kan sterk schommelen.
Beleggingsfonds
Methode van beleggen. In feite een grote zak met geld, bijeengebracht door vele kleine beleggers. Het beleggingsfonds koopt aandelen van zeer veel verschillende bedrijven. Al vanaf een klein bedrag per maand kan je zo een brede spreiding bereiken in je beleggingen.
Beleggingshorizon
De periode tussen het moment waarop je gaat beleggen en het moment waarop je je geld weer nodig hebt. Bij een korte beleggingshorizon kan je in de regel minder risico nemen dan bij een langere beleggingshorizon.
Beleggingshypotheek
Bij een beleggingshypotheek bouw je het vermogen voor de aflossing voor de hypotheek op door beleggingen in bijvoorbeeld aandelen.
Bereidstellingsprovisie
Een hypotheekofferte blijft een beperkte periode geldig. Indien je deze termijn wil verlengen, betaal je daar (meestal alleen bij rentestijgingen) provisie voor.
Beschikbare premieregeling
Pensioensysteem. Er wordt een bepaald percentage van je salaris als pensioenpremie gestort. Dit percentage is vaak afhankelijk van je leeftijd. De hoogte van het op te bouwen pensioen is onzeker.
Bijstandswet
Zie Wet Werk en Bijstand (WWB).
Boeterente
Een bedrag dat de geldverstrekker in rekening brengt bij het vroegtijdig aflossen van de hypotheek wanneer de rentevaste periode nog niet is verstreken en niet wordt voldaan aan een geldige reden van aflossing.
Boetevrije aflossing
Vrijgesteld bedrag, meestal uitgedrukt in percentage van het (oorspronkelijk) geleende hypotheekbedrag, dat jaarlijks mag worden afgelost op de hypotheek. De meeste geldverstrekkers hanteren een percentage tussen de 10 en 20%.
Bouwfinanciering
Een nieuwbouwhuis betaal je in termijnen. Je sluit de hypotheek op het moment van aankoop en het geleende bedrag wordt op een aparte rekening (in depot) gezet. Als je een termijn moet betalen, wordt het bedrag overgeschreven. Over het geld dat in depot staat krijg je rente.
Bouwrente
De hypotheekrente die je betaalt ten behoeve van een huis, dat nog gebouwd moet worden.
Bouwtermijnen
De gedeeltes van de totale koop-aanneemsom die, vooraf vastgesteld, periodiek in rekening worden gebracht bij de koper.
Box I
In Box I valt inkomen uit arbeid, inkomen uit eigen woning en winst uit onderneming. Met deze box krijgt bijna iedereen te maken. Het is daardoor de belangrijkste box. In deze box vindt ook de verrekening plaats van de hypotheekrenteaftrek.
Box II
Ben je in het bezit van meer dan 5% aandelen van een vennootschap - men noemt dit aanmerkelijk belang - dan wordt je belast in Box II. Daarvoor geldt een vast tarief van 25%.
Box III
Alles wat niet in de eerste twee boxen valt, komt in Box III. In de praktijk gaat het om bezittingen zoals spaartegoeden, beleggingen en onroerend goed (dat niet dient als hoofdwoning) en om schulden zoals consumptieve leningen en een hypotheek op een tweede woning. De fiscus gaat uit van een fictief rendement van 4% over het saldo van je bezittingen en schulden. Dit rendement wordt belast met 30%. Dit komt neer op 1,2% belasting over je vermogen (vermogensrendementsheffing).
Boxenstelsel
Bij de belastingwetgeving die in 2001 is ingegaan, wordt je inkomen verdeeld over drie boxen. Dit is het zogeheten boxenstelsel. Elke belastingbox kent zijn eigen tarief.
Bufferrente
Zie bandbreedterente.
C
Click-vast rente
Variabele rente waarbij men contractueel een plafond afspreekt tot waar de variabele rente kan stijgen. Wanneer de variabele rente het plafond 'raakt' klikt de rente vast tegen dat rentepercentage tot het einde van de vooraf gestelde duur van de 'click-vast'-periode.
Collectieve verzekering
Een via de werkgever gesloten verzekering die geldt voor alle of meerdere medewerkers. Door de omvang is de premie vaak lager.
Consumptieve rente
In de praktijk is dit de rente over schulden die je niet bent aangegaan voor aanschaf, verbetering of onderhoud van je eigen woning.
Conversie pensioenaanspraken
Na een echtscheiding ontstaat over en weer recht op een deel van het ouderdomspensioen van de andere partner. Deze aanspraak kan worden omgezet in een zelfstandig recht (conversie). De uitkering is dan alleen nog afhankelijk van het leven van de rechthebbende.
Courtage
Kosten die de makelaar je in rekening brengt voor de begeleiding bij het kopen of verkopen van een huis.
D
Dagrente
De op een bepaalde dag geldende rente voor nieuw af te sluiten hypotheken met een bepaalde rentevaste periode of verlenging van bestaande hypotheken.
Defensieve aandelen
Aandelen van bedrijven die niet zo gevoelig zijn voor schommelingen in de stand van de economie (conjunctuurschommelingen). Bijvoorbeeld aandelen van voedingsconcerns.
Depotrente
Zie Bouwfinanciering.
Disagio
Afkoop van toekomstige renteverplichtingen door een bedrag ineens te betalen. Was voorheen aftrekbaar voor belasting.
Doorlopend krediet
Een leningvorm waarbij je een bepaalde opnamelimiet afspreekt. Is je saldo lager dan de limiet, dan kan je het meerdere opnemen. Je betaalt alleen rente over het opgenomen gedeelte.
E
Effecthypotheek
Hypotheek waarbij de aflossing op einddatum geschiedt door middel van een éénmalig gestort bedrag bij aanvang dat is vastgesteld op basis van een minimaal te verwachten rendement. Dit bedrag kan mee zijn geleend in de hypotheek.
Effectieve rente
Het rentepercentage dat men daadwerkelijk over zijn hypotheekschuld betaalt, waarbij rekening wordt gehouden met het moment waarop de hypotheekrente is verschuldigd (vooraf of achteraf, per maand of kwartaal) en de (afsluit)kosten.
Eigen bijdrage pensioenpremie
Voor je pensioenopbouw moet premie worden betaald. De premie wordt meestal verdeeld over de werkgever en de werknemer. Het deel dat de werknemer moet betalen, is de eigen bijdrage.
Eigen middelen
Het geld dat je vrij beschikbaar hebt en eventueel in de hypotheek of in het nieuwe huis kunt investeren.
Eigen woning
De woning die je hoofdverblijf is en je eigendom is.
Eigendomsbewijs
Wanneer de transportakte van het huis bij de notaris is ondertekend en de nieuwe eigenaar vervolgens is ingeschreven bij het kadaster ontvangt de nieuwe eigenaar een afschrift, het eigendomsbewijs.
Eigenwoningforfait
Een fiscale bijtelling bij het inkomen. Het komt erop neer dat huiseigenaren betalen voor het woongenot. Dit woongenot wordt gezien als inkomen in natura. De hoogte van het bedrag wordt bepaald aan de hand van de waarde van het huis. Referentie daarvoor is de WOZ-waarde.
Eigenwoningrente
Term die wordt gehanteerd voor leningen (niet alleen hypotheek) die dienen voor aankoop, onderhoud of verbetering aan de woning. Hierdoor komen zij in aanmerking voor hypotheekrenteaftrek in box I.
Eindloonregeling
Bij dit pensioensysteem is de hoogte van je pensioen gebaseerd op je laatste salaris.
Eindschuld
Het bedrag van de oorspronkelijke lening dat nog open staat op de einddatum en dat je in werkelijkheid nog aan de hypotheekinstelling verschuldigd bent.
Erfbelasting
Bij een erfenis ben je erbelasting verschuldigd aan de fiscus. De hoogte van de belasting is afhankelijk van de hoogte van de verkregen erfenis.
Erfpacht
Het zakelijk recht om het genot te hebben van een aan een ander toebehorend stuk grond. De daarvoor te betalen vergoeding heet erfpachtcanon.
Erfpachtcanon
De aftrekbare periodieke (gemeentelijke) heffing op grond dat in erfpacht is uitgegeven.
Erfrenteverzekering
Verzekeringsvorm. Na overlijden van de verzekerde wordt periodiek een uitkering betaald aan een nabestaande tot een van tevoren afgesproken, vaste einddatum. Ook als deze nabestaande komt te overlijden, loopt de uitkering door.
Estate planning
Een onderdeel van je financiële planning, waarbij de overgang van je vermogen op de volgende generatie(s) centraal staat.
Excedent
Het deel van het salaris dat boven het maximumdagloon uit komt. Dit deel wordt niet meegenomen bij de bepaling van je WIA-uitkering als je arbeidsongeschikt zou worden.
Executie verkoop
Gedwongen verkoop van een huis.
Executiewaarde
De waarde van het huis bij gedwongen verkoop.
Expiratiedatum
De beoogde einddatum van je verzekeren.
Extra aflossing
Een aflossing die je, hetzij verplicht (opgelegd door de geldverstrekker), hetzij vrijwillig, doet boven het bedrag dat je in de gekozen hypotheekvorm af moet lossen.
Extra storting
Een extra premiebetaling aan de verzekeringsmaatschappij die dankzij samengestelde intrest eerder het gewenste eindresultaat oplevert of kan opleveren. Je kan hiermee je looptijd verkorten of je periodieke premie verlagen. Naast de reguliere maandelijkse of jaarpremie kan je bij veel verzekeringen/bankspaarrekeningen een extra bedrag storten. Dit verhoogt de eindwaarde van je uitkering. Ook kan je de looptijd van je verzekering/bankspaarrekening hiermee verkorten. Informeer wel naar de fiscale spelregels.
F
Fictief rendement (van Box III)
De fiscus gaat ervan uit dat je over je vermogen in Box III een rendement behaalt van 4%. Over dit fictieve rendement betaal je 30% belasting.
Financiële planning
Een analyse van je totale financiële situatie, nu en in de toekomst. De haalbaarheid van je wensen wordt in beeld gebracht, evenals de financiële risico's die je loopt.
Financieringskosten
De kosten van het financieren van het nieuwe huis of van de vervangende hypotheek.
Fiscaal voordeel
Het bedrag dat je minder aan loon/inkomstenbelasting en sociale premies hoeft te betalen in verband met onder andere hypotheekrenteaftrek.
Fiscale partners
Fiscale partners kunnen gemeenschappelijke inkomensbestanddelen naar eigen inzicht tussen elkaar verdelen bij de belastingaangifte. Gehuwden en geregistreerde partners zijn automatisch fiscaal partner. Voor samenwonenden gelden andere regels.
Fiscale schijven
Elk jaar opnieuw door de overheid vastgestelde percentages van de belastingheffing in de verschillende boxen over het belastbaar inkomen.
Fix(e)hypotheek
Hypotheek waarbij alleen rente is verschuldigd. Zie aflossingsvrije hypotheek.
Forfaitaire bijtelling
Om de administratieve lasten rondom je belastingaangifte te vergemakkelijken (zowel voor jou als voor de fiscus) heeft de wetgever bepaalde belastbare inkomsten alvast voor je vastgesteld. Zoals het eigenwoningforfait of de autobijtelling. De hoogte van je bijtelling is een vast percentage van de waarde van je woning of auto.
Franchise
Pensioenterm, ook wel AOW-franchise genoemd. Het deel van je salaris waarover je geen pensioen opbouwt, omdat de AOW hier al in voorziet.
G
Gangbare arbeid
Algemeen geaccepteerde arbeid waartoe iemand gezien zijn beperkingen nog toe in staat is bij arbeidsongeschiktheid. Er wordt geen rekening gehouden met opleiding of ervaring.
Garantiecertificaat
Een bewijs dat wordt afgegeven door het G.I.W. (Garantie Instituut Woningbouw), waarmee wordt aangegeven dat nieuwbouwwoningen onder bepaalde kwaliteit wordt gebouwd en gegarandeerd zullen worden (af)gebouwd.
Gefacilieerde lijfrente
Lijfrenteverzekering/ lijfrenterekening die aan alle voorwaarden voldoet om voor aftrek in aanmerking te komen.
Gemengde verzekering
Een verzekering die zowel bij overlijden als bij in leven zijn op de einddatum een bedrag uitkeert. Bij overlijden wordt meestal direct uitgekeerd.
Geregistreerd partnerschap
Een samenlevingsvorm die nagenoeg dezelfde wettelijke status heeft als het huwelijk.
Gezondheidsverklaring
Formulier met persoonlijke gezondheidsvragen. Het dient te worden ingevuld bij de aanvraag van een verzekering met een overlijdens- of arbeidsongeschiktheidsdekking. Bij twijfel over de gezondheid en bij hoge verzekerde bedragen kunnen er aanvullende vragen of een medische keuring worden geëist.
Gouden handdruk
Schadeloosstelling voor een werknemer als het dienstverband voortijdig wordt beëindigd buiten de schuld van de werknemer om.
Groen beleggen
Investeringen in bedrijven die op een verantwoorde en duurzame manier omspringen met het milieu.
Grondrente tot transport
Rente over de grondkosten tussen de datum van aankoop nieuwbouw en de overdracht bij de notaris.
H
Halfwezenuitkering
Sociale zekerheidsterm. Als één van de ouders komt te overlijden, ontvangt het kind op grond van de ANW een uitkering ter hoogte van 20% van het minimumloon.
Heffingskorting
In plaats van een verlaging van het belastbare inkomen ontvang je een korting op de te betalen belasting. Deze is voor iedereen gelijk. Wel zijn er, afhankelijk van je situatie, diverse toeslagen mogelijk.
Heffingvrij vermogen
Dit is een vermindering op je te betalen belasting. Niet al je vermogen wordt belast in box III. Per persoon is een deel van je vermogen vrijgesteld. Dit is nagenoeg voor iedereen gelijk.
Herbouwwaarde
Het (getaxeerde) bedrag dat benodigd is om een woning, die bijvoorbeeld is afgebrand, te herbouwen. Deze waarde is nodig voor een opstalverzekering en kan worden opgenomen in een taxatierapport.
Hoofdelijke aansprakelijkheid
Bij het aangaan van een verplichting, bijvoorbeeld een hypotheek, stelt men één of meerdere personen persoonlijk aansprakelijk voor de verantwoordelijkheden die aan die verplichting zitten.
Hoofdsomrisico
Wanneer je gaat beleggen, heb je niet alleen kans op een hoog rendement. Je loopt tevens het risico door koersdalingen een deel van je inleg te verliezen. Dit is het hoofdsomrisico.
Huurbeding
Opgelegde beperking van de vrijheid van verhuren van de woning door een geldverstrekker.
Huwelijkse voorwaarden
Wanneer echtgenoten de eigendomsverhoudingen binnen hun huwelijk anders willen regelen dan volgens de algehele gemeenschap van goederen, dienen zij dit vast te leggen in de huwelijkse voorwaarden.
Hybrideverzekering
Universal Life verzekering waarbij naast de beleggingsfondsen op basis van (beleggings)rendement ook een fonds kan worden gekozen op basis van een vergoeding gelijk aan de hypotheekrente die wordt betaalt aan de onlosmakelijk verbonden hypotheeksom.
Hypothecaire inschrijving
Een hypotheek wordt ingescheven in het zogenaamde hypotheekregister. Daarin staat het bedrag en perso(o)n(en) die de hypotheek is/zijn aangegaan. Men kent meerdere soorten inschrijving: de bankhypotheek, de krediethypotheek en de vaste inschrijving.
Hypothecaire lening
Zie hypotheek.
Hypotheek
Lening waarbij een onroerende zaak tot onderpand dient.
Hypotheekakte
De overeenkomst tussen jou en de hypotheekinstelling, opgesteld door de notaris.
Hypotheekaktekosten
De kosten die de notaris berekent voor het passeren van de hypotheekakte, vermeerderd met de kosten van inschrijving in het hypotheekregister.
Hypotheekgever
Degene die de onroerende zaak als onderpand aanbiedt (de huiseigenaar of geldnemer).
Hypotheeknemer
Degene die de onroerende zaak als onderpand aanvaardt (de hypotheekinstelling of geldgever).
Hypotheekregister
Een door het kadaster gevoerde openbare administratie waarin alle gevestigde hypotheken staan geregistreerd.
I
Imputatie
Bij overlijden van één van de partners heeft de langstlevende recht op een vrijstelling tot een bepaald bedrag, waarover geen erfbelasting hoeven worden te betaald. Ontvangt de langstlevende partner pensioen- of lijfrente-uitkeringen, dan worden deze deels gekort op de vrijstelling.
Inboedelverzekering
Verzekering tegen brand en andere schadedekkingen van roerende zaken.
Index/Indices
Beleggingsterm. De gezamenlijke prestatie van een groep bedrijven of een bedrijfstak wordt gemeten met behulp van een index. Deze geeft het gewogen gemiddelde weer van de koersontwikkeling. Bekende voorbeelden zijn de AEX-index en de Dow Jones.
Indexatie
Er is sprake van indexatie als de premies en/of uitkeringen van een verzekering periodiek worden verhoogd, om zo de gevolgen van inflatie op te vangen.
Inflatie
Ook wel geldontwaarding genoemd. In de loop van de jaren stijgen de prijzen. Om dit te compenseren stijgen de lonen vaak ook. Gespaard geld (geld in een oude sok) wordt hierdoor minder waard. Met dezelfde hoeveelheid geld kan je minder kopen dan vorig jaar.
Inventarisatie van je persoonlijke situatie
Belangrijk onderdeel van persoonlijke financiële planning. Een goed financieel plan begint met een totaalbeeld van je financiële situatie. Alle (toekomstige) inkomsten, bezittingen, uitgaven en schulden worden in beeld gebracht, evenals hun onderlinge samenhang.
J
Jaarinhaalaftrek
Zie reserveringsruimte.
Jaarruimte
Het totaal aan premies voor een lijfrente of koopsom dat je in een bepaald jaar van de belasting mag aftrekken.
K
Kadaster
Instelling waar de eigendom van onroerende zaken is geregistreerd. Ook het hypotheekregister wordt hier bijgehouden.
Kapitaalverzekering Eigen Woning (KEW)
Deze verzekering is gekoppeld aan de hypotheek die rust op de woning die dient als hoofdwoning, waardoor de uitkering vrijgesteld is van belasting. De maximale vrijstelling van deze uitkering wordt jaarlijks door de fiscus vastgesteld.
Kettingbeding
Verplichting die opvolgend wordt opgelegd aan nieuwe eigenaren van bijvoorbeeld het onroerend goed.
KEW
Afkorting van Kapitaalverzekering Eigen Woning. Deze verzekering is gekoppeld aan de hypotheek die rust op een woning die dient als hoofdwoning, waardoor de uitkering (onder voorwaarden) vrijgesteld is van belasting wanneer deze wordt uitgekeerd. De maximale vrijstelling van deze uitkering wordt jaarlijks door de fiscus vastgesteld.
Kilometeradministratie
Wanneer je een auto van de zaak heeft, krijg je te maken met een bijtelling. Rij je minder dan 500 privé-kilometers per jaar, dan hoef je niets bij te tellen. Deze privé-kilometers moeten wel worden aangetoond met een kilometeradministratie.
Kinderalimentatie
Deel van de alimentatie dat specifiek bedoeld is voor de opvoeding en verzorging van de kinderen. Er gelden andere regels dan bij alimentatie voor de ex-partner.
Kinderbijslag
Zie AKW (Algemene Kinderbijslag Wet).
Koop-/aanneemsom
Het bedrag dat je voor het nieuw te bouwen huis moet betalen.
Koop-/aannemingsovereenkomst
(Voorlopige) overeenkomst tot koop van (bouw)grond en (af)bouw van een woning.
Koopsom
Eenmalige betaling voor een (lijfrente)verzekering. De koopsom is, onder voorwaarden, aftrekbaar van de belasting.
Kosten koper (k.k.)
De koper betaalt de kosten voor de overdracht. Zie ook 'Overdrachtskosten'
Kosten Nationale Hypotheek Garantie
De kosten van de garantie-aanvraag.Zie Nationale Hypotheek Garantie
Krediethypotheek
Bekend als hypothecaire inschrijving en hypotheekvorm waarbij opname en aflossing vrij zijn tot aan de hoogte van de inschrijving.
L
Langlevenrisico
Het gegeven dat een verzekerde persoon langer kan leven dan op basis van de gehanteerde sterftekansen worden verwacht.
Legitieme portie
Kinderen hebben recht op een bepaald deel van de nalatenschap van (één van) hun ouders. Zij kunnen niet worden onterfd van dit deel.
Levenhypotheek
Hypotheekvorm waarbij de aflossing geschiedt door middel van een verpande levensverzekering die uitkeert aan het einde van de looptijd en/of bij overlijden.
Levenslange uitkering
Een lijfrente- of pensioenverzekering waarvan de termijnen (= uitkeringen) pas stoppen bij overlijden van de verzekerde.
Lijfrente
Een levensverzekeringsvorm waarbij de uitkering van het opgebouwde kapitaal of verzekerde bedrag bij overlijden verplicht periodiek wordt uitgekeerd in een vooraf vastgestelde termijn en looptijd. Er is een mogelijkheid de premies af te trekken van de belasting of de uitkering onbelast te maken voor de fiscus.
Lijfrente-aftrek
Door de fiscus vastgestelde maximale bedragen van aftrekbare premies voor een lijfrentevoorziening.
Lijfrentetermijnen of lijfrente-uitkering
De uitkeringen die vanaf de expiratie van je lijfrenteverzekering of koopsom worden gedaan, worden lijfrentetermijnen genoemd. Deze worden meestal per maand of per kwartaal aan jou uitbetaald. De lijfrentetermijnen worden belast volgens de inkomstenbelasting.
Lijfrenteverzekering
Met een lijfrentepolis (of koopsom) bouw je een kapitaal op om later je inkomen aan te vullen. Hiertoe betaal je periodiek (meestal maandelijks of per jaar) een premie. Deze is premie is, onder voorwaarden, van de belasting aftrekbaar.
Lineaire hypotheek
Hypotheekvorm waarbij de bruto last bestaat uit de aflossing (het hypotheekbedrag gedeeld door de looptijd) vermeerderd met de rente over het openstaande hypotheeksaldo.
Loondervingsuitkering
Bij gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid ontvang je, afhankelijk van je arbeidsverleden, gedurende een beperkte periode een uitkering via de WIA. Daarna val je terug naar een vervolguitkering.
M
Maatschappelijke beleggingen
Verzamelnaam voor groene beleggingen en sociaal-ethische beleggingen. Beide vormen worden fiscaal gestimuleerd.
Makelaarscourtage/Makelaarskosten
Kosten die de makelaar je in rekening brengt voor de begeleiding bij het kopen of verkopen van een huis.
Margerente
Zie bandbreedterente
Marktwaarde
De waarde van de woning als deze vrij op de markt kan worden verkocht (in tegenstelling tot executiewaarde).
Maximaal pensioengevend salaris
In veel pensioenregelingen zit er een grens aan het salaris waarover je pensioen opbouwt. Verdien je meer dan dit grensbedrag, dan zal je voor dit deel zelf een voorziening moeten regelen.
Maximumdagloon
Arbeidsongeschiktheidsterm. Je bent op grond van de WIA maximaal verzekerd voor je inkomen tot aan het maximumdagloon. Verdien je meer, dan zal je het meerdere zelf of via je werkgever moeten verzekeren. De overheid stelt het maximumdagloon vast per jaar.
Meeneemfaciliteit
Mogelijkheid om een hypotheek binnen een bepaalde periode mee te nemen naar een andere, eigen woning.
Meerwerk-/verbeteringskosten
De kosten waarmee je wordt geconfronteerd, als je bij een nieuwe woning meer werk laat verrichten dan in het bestek is voorzien, of bij een bestaande woning verbeteringen laat aanbrengen.
Middelloonregeling
Pensioensysteem. Hierbij wordt het te bereiken pensioen gebaseerd op het salaris dat je van jaar tot jaar verdient. Je uiteindelijke pensioen is zodoende gebaseerd op je gemiddelde salaris.
N
Nabestaandenlijfrente
Na overlijden van de verzekerde van een lijfrenteverzekering ontvangt de begunstigde lijfrentetermijnen. Deze kunnen zowel tijdelijk als levenslang worden uitgekeerd. De hoogte van de termijnen kan afhankelijk zijn van de poliswaarde op het moment van overlijden.
Nabestaandenpensioen
Na overlijden van een deelnemer aan een pensioenregeling, ontvangt de achtergebleven partner een nabestaandenpensioen. Er zijn verschillende vormen mogelijk. Meestal is het nabestaandenpensioen een percentage van het te bereiken ouderdomspensioen.
Nationale Hypotheek Garantie (NHG)
Deze regeling houdt in dat de rente en aflossing van een hypotheek altijd aan de hypotheekinstelling worden betaald indien men de hypotheek niet meer kan opbrengen.
Nominale rente
De rente die de hypotheekinstelling op jaarbasis met je afspreekt.
Notariskosten
De notaris berekent kosten voor het opstellen van de hypotheekakte en de overdrachtsakte (ook wel transportakte genoemd).
O
Obligatie
Leningvorm. Een obligatie is een lening die kan worden uitgegeven door de landelijke overheid (= staatsobligatie) of door lagere overheden of bedrijven. Obligaties keren meestal een vaste rentevergoeding uit. Het geleende bedrag wordt op de einddatum terugbetaald. Het risico van obligaties zit in rentewijzigingen en (zeker bij bedrijfsobligaties) het risico van faillissement.
Omslagstelsel
Je spreekt van een omslagstelsel als de werkenden van dit moment betalen voor de uitkeringen aan de gepensioneerden van dit moment. Je betaalt dus niet voor je eigen uitkering. Dat wordt weer gedaan door de werkende generatie die na je pensionering komt. Dit stelsel wordt gebruikt voor de AOW en VUT-regelingen.
Onroerend Goed
Grond en alles wat er zich aard- en nagelvast op bevindt.
Onroerende zaakbelasting, OZB
De gemeentelijke belasting die men moet betalen voor het eigendom.
Ontbindende voorwaarden
Voorwaarden in een koopovereenkomst voor een woning op grond waarvan een overeenkomst kosteloos ontbonden kan worden (bijvoorbeeld bij het niet verkrijgen van Nationale Hypotheek Garantie of hypotheek).
Opbouwpercentage
Pensioenterm. Van toepassing wanneer je een pensioen opbouwt volgens een salaris/diensttijdregeling. Over je pensioengrondslag bouw je jaarlijks een bepaald percentage (meestal 1,75%) aan pensioen op.
Oplevering
Moment waarop de (ver)bouw van een woning is voltooid en wordt vrijgegeven aan de (nieuwe) bewoner.
Opstalverzekering
Verzekering tegen schade aan de woning (niet aan de inboedel).
Opstaprente
Zie rentebedenktijd
Optie
Recht van koop. Overeenkomst waarbij een verkoper zich verbindt het huis gedurende een bepaalde termijn voor een in de optieovereenkomst vermelde prijs aan een aspirant-koper aan te bieden. Met andere woorden, het huis kan tijdens die termijn niet aan een andere gegadigde verkocht worden.
Oudedagslijfrente
Uitkeringsvorm van lijfrentetermijnen. Na je (vervroegde) pensionering ontvang je periodiek uitkeringen vanuit de lijfrenteverzekering. De uitkeringen kunnen tijdelijk of levenslang zijn en zijn belast.
Ouderdomspensioen of oudedagspensioen
Pensioen dat na je pensionering levenslang wordt uitgekeerd.
Ouderlijke boedelverdeling
Testamentvorm. De langstlevende partner krijgt de gehele nalatenschap toegewezen. Wel staat hier een schuld aan de kinderen tegenover. Over deze schuld is rente verschuldigd. Vaak is deze pas opeisbaar bij het overlijden (of hertrouwen) van de langstlevende ouder.
Overbruggingskrediet
Lening om de tijd te overbruggen tussen de aankoop van de nieuwe en de verkoop van de oude woning. Met name indien er eigen middelen vrij komen bij de verkoop.
Overbruggingslijfrente
Uitkeringsvorm van lijfrentetermijnen. Bedoeld om de periode tussen je vervroegde pensionering en je 65e financieel te overbruggen.
Overdrachtsakte
Zie transportakte.
Overdrachtsbelasting
Deze belasting wordt geheven bij overdracht van een bestaand huis en bedraagt 2% van de aankoopwaarde. Meestal betaalt de koper deze belasting (kosten koper: k.k.). Voor een nieuwbouwhuis is geen overdrachtsbelasting verschuldigd. In sommige gevallen geldt dit wel voor de grond. Per 1 juli 2012 wordt deze weer verhoogd naar 6%.
Overdrachtskosten
De kosten die nodig zijn om het huis op je naam te krijgen: de overdrachtsbelasting en de notariskosten voor het opstellen van de overdrachtsakte. Bij bestaande huizen wordt vaak de term 'kosten koper' gehanteerd. Dit betekent, dat de overdrachtskosten voor rekening van de koper komen. Nieuwbouwwoningen worden vaak 'vrij op naam' aangeboden. De kosten voor de overdracht van het huis zijn daarbij voor rekening van de verkopende partij.
Overgangsrecht
Bij de invoering van nieuwe (belasting)wetgeving worden de rechten en plichten die zijn opgebouwd onder de oude wet zoveel mogelijk gerespecteerd. Hoe dit precies wordt geregeld, is vastgelegd in het zogeheten overgangsrecht.
Overlijdensrisico
De financiële risico's die de nabestaanden lopen bij voortijdig overlijden van jou en/of je partner.
Overlijdensrisicoverzekering
Verzekering die een vooraf bepaald kapitaal uitkeert bij het overlijden van de verzekerde persoon.
Oversluiten
Het opnieuw afsluiten van de hypotheek tegen een andere rente en/of andere voorwaarden, bij een andere of dezelfde hypotheekinstelling.
Oversluitprovisie
Provisie die een hypotheekinstelling berekent bij het oversluiten van een hypotheek bij deze instelling.
Overstapfaciliteit
Mogelijkheid om over te stappen van een variabele naar een vaste rente.
Overwaarde
De verkoop- of executiewaarde van het huis is hoger dan de resterende schuld van de hypotheek.
P
Pandrecht
Wanneer je een (levens- of opstal-) verzekering afsluit, kan het voorkomen dat het recht op uitkering over gaat naar de bank/hypotheekinstelling.
Partnerpensioen
Zie nabestaandenpensioen.
Partnerregeling
Zie fiscaal partnerschap.
Partnerschapsvoorwaarden
Net als echtgenoten kunnen ook geregistreerde partners voorwaarden opstellen om af te wijken van een algehele gemeenschap van goederen.
Passende arbeid
Arbeid waar iemand gezien zijn beperkingen bij arbeidsongeschiktheid nog toe in staat is, en die redelijkerwijs van deze persoon verwacht mag worden. Er wordt hierbij rekening gehouden met opleiding of ervaring.
Passeren
Het ondertekenen van de hypotheek- en/of transportakte bij de notaris (ook: verlijden).
Pensioenaanspraak
Het reeds opgebouwde recht op pensioenuitkeringen.
Pensioenbreuk
Tekorten in je pensioenopbouw die het gevolg zijn van carrièrestappen, tijdelijk meer of minder gaan werken of het overstappen naar een andere werkgever.
Pensioengevend salaris
Het deel van je salaris dat meegenomen wordt in de berekening van je pensioen. Soms tellen componenten als provisie, overwerk of winstdelingen niet (geheel) mee voor je pensioenopbouw. Ook kan er een bovengrens zijn aan het salaris dat meetelt voor je pensioen.
Pensioengrondslag
Je bouwt niet over je volledige pensioengevende salaris pensioen op. Omdat je vanaf je 65e AOW ontvangt, blijft een deel van je pensioengevende salaris buiten beschouwing. Dit deel wordt de (AOW-)franchise genoemd. Het restant is je pensioengrondslag.
Pensioenopgave
Jaarlijkse opgave van je pensioenuitvoerder, van het door jou opgebouwde en nog op te bouwen pensioen binnen je pensioenregeling.
Pensioenoverdracht
Wanneer je naar een andere werkgever overstapt, kan je het bij je oude werkgever opgebouwde pensioen overdragen naar de pensioenregeling van je nieuwe werkgever. Dit is een wettelijk recht.
Pensioenreglement
In een pensioenreglement staan je rechten en plichten als deelnemer aan een pensioenregeling.
Pensioensysteem
Het systeem dat gehanteerd wordt om je pensioenopbouw te bepalen. Bijvoorbeeld een salaris/diensttijdsysteem of beschikbare premiesysteem.
Pensioenverevening
Bij echtscheiding hebben de partners over en weer recht op een deel van het opgebouwde (partner)pensioen. Deze rechten zijn wettelijk vastgelegd in de wet pensioenverevening bij echtscheiding.
Persoonlijke lening
Leningvorm waarbij de rente en de te betalen aflossingen gedurende de looptijd min of meer vaststaan.
Plafondrente
Zie bandbreedterente
Premiedepot
Een aan de hypotheek verpande geblokkeerde renterekening bedoelt om (een deel van) de premies te betalen van de eveneens aan de hypotheek (verpande) levensverzekering.
Premiestorting(en)
Een bij gemengde verzekeringen gebruikelijke aanduiding voor de betaling van een of meer extra premies boven de normaal reeds verschuldigde.
Premievrij maken
Op verzoek en in overleg met de maatschappij kan de premiebetaling van een levensverzekering worden stopgezet terwijl de waarde behouden blijft en de verzekering blijft doorlopen. Vaak gebeurt dit bij een hoge poliswaarde en genoeg aantal jaren betaalde premie volgens de Belastingwetgeving 2001.
Prepensioen
Veel pensioenregelingen hebben een vaste pensioendatum (meestal 65 jaar). Wil je eerder stoppen, dan is er vaak de mogelijkheid om hier apart voor bij te sparen. Je betaalt zelf de premie voor je eigen prepensioen. Dit in tegenstelling tot VUT-regelingen, die volgens het omslagstelsel werken.
Privé voorzieningen
Voorzieningen die je zelf kan regelen in aanvulling op bestaande overheidsregelingen en/of voorzieningen van je werkgever.
Pro resto hoofdsom
De nog openstaande (hypothecaire) schuld na aftrek van alle (administratieve) aflossingen en kosten.
Progressief aftrekbaar/belast
De inkomstenbelasting kent diverse tarieven. Hoe meer je verdient, hoe hoger het tarief. Bijtellingen en aftrekposten worden telkens tegen het hoogste, voor jou geldende, tarief verrekend.
Projecthypotheek
Bij nieuwbouwprojecten bieden hypotheekinstellingen soms een hypotheek aan tegen een lagere rente of afsluitkosten dan normaal. De lagere rente vervalt meestal bij renteherziening.
Projectrente
Rente die bij bepaalde nieuwbouwprojecten wordt aangeboden door hypotheekverstrekkers (vaak onder bepaalde voorwaarden). Rente vervalt meestal bij renteherziening.
R
Rechtsbijstandverzekering
Verzekering die voorziet in rechtshulp bij juridische zaken.
Rekenrente
De wettelijk verplichte vaste rente over het betaalde bedrag bij traditionele levensverzekeringen.
Rentebedenktijd
Mogelijkheid om zelf te bepalen wanneer een nieuwe rentevaste periode ingaat.
Renteherziening
Als de rentevaste periode is afgelopen, doet de hypotheekinstelling een nieuw rentevoorstel voor de volgende periode.
Rentemiddeling
Een nieuw rentepercentage vaststellen door het rentepercentage van de voorgaande hypotheekperiode op te tellen bij het nieuwe (dag)rentepercentage en beide (gewogen) te delen. Deze rentemiddeling vindt vaak plaats bij een hypotheekverhoging voor een verbouwing of bij verhuizing.
Renteopslag
Een opslag boven het normale rentepercentage, bijvoorbeeld voor een tophypotheek.
Renteselect
Zie bandbreedterente
Rentevaste periode
De afgesproken periode dat de rente gelijk blijft.
Reserveringsruimte
Wanneer je recht hebt op lijfrenteaftrek volgens de jaarruimte, hoef je de premie niet direct in dat jaar te betalen. Je mag je jaarruimte zeven jaar 'bewaren'. Betaal je je lijfrente/koopsom later, dan mag je deze van de belasting aftrekken op grond van je gereserveerde jaarruimte. Na zeven jaar vervalt dit recht.
Restschuld
Het gedeelte van de oorspronkelijke lening dat nog open staat.
Revisierente
Een boete die je moet betalen als je iets met je lijfrenteverzekering of koopsompolis doet wat verboden is door de fiscus. Zo mag je je polis bijvoorbeeld niet afkopen of verpanden.
Risicoprofiel
Een beeld van je houding ten opzichte van risico en rendement bij beleggen en je persoonlijke situatie. Met behulp van dit profiel kan je de beleggingsvorm en -strategie kiezen die het beste bij je past.
Risicoverzekering
Een verzekering tegen de financiële gevolgen van een bepaald risico. Meestal het risico van overlijden of arbeidsongeschiktheid. Maar ook de gevolgen van een ongeval en soms zelfs werkloosheid kunnen verzekerd worden.
Roerende zaken
Alles wat niet nagel- en aardvast is verbonden aan een onroerend goed.
Royeren
Uitschrijven/doorhalen van een hypotheek uit het Hypotheekregister.
S
Salaris/diensttijdregeling
Pensioensysteem: Er bestaat een rechtstreeks verband tussen het op te bouwen pensioen en je aantal dienstjaren en je salaris. Er zijn twee hoofdvormen: de middelloonregeling en de eindloonregeling.
Saldolijfrente
De premies of koopsom voor een saldolijfrente zijn niet (geheel) aftrekbaar. De uitkeringen zijn in principe dan ook onbelast. De waarde van je saldolijfrente wordt daarentegen in principe wel belast in Box III. Er gelden veel fiscale spelregels rondom deze lijfrentevorm.
Samenlevingscontract
Overeenkomst tussen samenwonenden waarin afspraken worden gemaakt over de verdeling van (toekomstige) inkomsten, uitgaven, vermogen en schulden als je uit elkaar gaat of één van beiden komt te overlijden.
Samenwonen
Samenlevingsvorm waarbij weinig tot geen wettelijke bepalingen gelden. Als je zelf niets regelt, kun je geen aanspraak maken op zaken.
Schenkbelasting
Schenk je iemand geld of andere bezittingen, dan moet daar in principe schenkbelasting over betaald worden, zelfs al zijn het je kinderen.
Schenken
Het weggeven van vermogen zonder dat hier een tegenprestatie tegenover staat.
Servicekosten
Kosten voor collectief onderhoud, collectieve verzekeringen en overige voorzieningen aan een onroerend goed. Bewoners/ eigenaren van flats, appartementen en gesplitste woningen hebben met servicekosten te maken.
Sociaal-ethische beleggingen
Beleggingsvorm waarbij sociaal-ethische aspecten centraal staan. Te denken valt aan investeringsprojecten in ontwikkelingslanden of culturele projecten. Deze beleggingsvorm wordt fiscaal gestimuleerd.
Spaarhypotheek
Hypotheekvorm waarbij de aflossing geschiedt door middel van een gemengde verzekering en waarbij de vergoeding over en berekening van de spaarpremie bepaald wordt door de hypotheekrente.
Spaarloonregeling
De spaarloonregeling is per 2012 afgeschaft. De spaarloonregeling gaat op in de nieuwe regeling ‘vitaliteitssparen’.
Spaarrekening Eigen Woning (SEW)
Deze rekening is gekoppeld aan de hypotheek die rust op een woning die dient als hoofdwoning, waardoor de uitkering (onder voorwaarden)vrijgesteld is van belasting wanneer deze wordt uitgekeerd. De maximale vrijstelling van deze rekening wordt jaarlijks door de fiscus vastgesteld.
Spreiding
Basisprincipe van beleggen. Beleg je geld nooit in slechts één of enkele bedrijven, maar verdeel je geld over een groot aantal verschillende bedrijven en bedrijfstakken. Zo beperk je het risico.
Staatsobligaties
Obligaties uitgegeven door een nationale overheid. Aangezien de staat in principe niet failliet kan gaan, is het hoofdsomrisico van staatsobligaties zeer gering. De rentevergoeding is daardoor echter relatief laag.
Stabielrente
Zie bandbreedterente
Stichtingskosten
Alle kosten inclusief meerwerk die worden gemaakt voor de aankoop van een nieuwbouwwoning.
Stichting Waarborgfonds Koopwoningen (SWK)
Instituut waar financieel gezonde en vakbekwame bouwondernemingen zijn aangesloten die gecontroleerd worden op de gestelde bouw(kwaliteits)voorwaarden. De GIW geeft hiervoor een garantiecertificaat af.
T
Tante Agaath-lening
Beleggingsvorm. Ook wel durfkapitaal genoemd. Dit zijn leningen aan startende ondernemers. Deze beleggingsvorm wordt fiscaal gestimuleerd.
Taxatie
Globale waardebepaling van het huis door een (beëdigd) taxateur.
Taxatiekosten
De kosten van het taxeren van een huis.
Te bereiken ouderdomspensioen
Het pensioen dat je ontvangt als je tot je pensioendatum in dienst blijft bij je huidige werkgever onder dezelfde arbeidsvoorwaarden.
Testament
In een testament leg je vast wat er met je bezittingen moet gebeuren na je overlijden. Je kan zaken als het voogdijschap over je minderjarige kinderen regelen in een testament.
Tijdelijke oudedagslijfrente
Uitkeringsvorm van lijfrentetermijnen. Hiermee kan je na je pensionering zorgen voor een tijdelijk extra inkomen boven op je levenslange lijfrente en/of pensioenuitkering. Bijvoorbeeld omdat je de eerste jaren na je pensionering over wat meer geld wil kunnen beschikken dan op latere leeftijd.
Tophypotheek
Een hypotheek die hoger is dan de executiewaarde van het huis. Dit gaat over het algemeen met door de geldverstrekker opgelegde renteopslagen.
Transportakte
Overdrachtsakte, die de notaris opmaakt bij de koop en verkoop van onroerende zaken en die wordt ingeschreven bij het kadaster.
Transportaktekosten
De kosten van de officiële akte die door de notaris wordt opgemaakt bij de overdracht van een huis, vermeerderd met de registratiekosten en de kadastrale rechten.
Tweeverdienershypotheek
Hypotheek die alleen verstrekt in een huishouding waar sprake is van twee (vaste) inkomens.
U
Uitruilen pensioen
Het ruilen van het recht op een pensioenvorm tegen het recht op een andere pensioenvorm. Bijvoorbeeld meer ouderdomspensioen in ruil voor minder nabestaandenpensioen, of andersom.
Uitsluitingsclausule
Methode om (familie)bezittingen binnen de familie te houden. Erfenissen of schenkingen die worden verkregen onder de uitsluitingsclausule, vallen bij echtscheiding of overlijden niet in de gemeenschappelijke boedel. Ze blijven binnen de eigen familie.
Uniform Pensioen Overzicht
Jaarlijks overzicht wat je ontvangt van je pensioenuitvoerder met de reeds opgebouwde en verwachte pensioengegevens.
Unit linked
Beleggingsmethodiek. Je stort via een verzekering of beleggersrekening geld in een beleggingsfonds. Daarmee koop je een aantal units (zie onder) in dat beleggingsfonds. Het beleggingsfonds koopt hiermee effecten van een groot aantal bedrijven. Je hebt recht op de beleggingsresultaten (positief én negatief) van het beleggingsfonds.
Unit linked verzekering
Verzekering waarbij er gespaard wordt door te beleggen in één of meer beleggingsfondsen. Het spaardeel wordt gebruikt om 'units' aan te kopen. Vaak kan worden gekozen uit o.a. aandelen-, obligatie- en mixfondsen.
Units
Participatie (aandeel) in een belggingsfonds. Je belang in een beleggingsfonds wordt geadministreerd in het aantal aandelen dat je bezit in het fonds. Deze aandelen worden units genoemd. De waarde van je units stijgt of daalt, afhankelijk van de koersontwikkeling van de onderliggende effecten.
Universal life
Verzekeringsmethodiek. Zeer flexibele vorm van verzekeren. Je premies gaan hierbij in een grote pot. Afhankelijk van de door jou gekozen risicodekkingen worden maandelijks premies onttrokken aan de waarde van je polis. Hierbij wordt rekening gehouden met je poliswaarde. Je kan vrij gemakkelijk dekkingen verhogen, verlagen, toevoegen of verwijderen.
Universal-life verzekering
Verzekering opgezet vanuit het Universal-life principe waarbij de ingelegde premies worden belegd in units. Die units worden weer verkocht om bepaalde dekkingen bij overlijden en arbeidsongeschiktheid te financieren. Deze vorm van verzekeren kenmerkt zich door een hoge mate van flexibiliteit.
V
Variabele rente
U betaalt geen vast rentepercentage, maar een rente die per maand of kwartaal varieert.
Vaste inschrijving
Vermelding in het hypotheekregister waarbij sprake is van een zogenaamd dalend hypotheekrecht. De geldverstrekker mag dan niet meer vorderen dan de nog openstaande hypotheekschuld vermeerderd met rente en kosten.
Vastrentend
Een vaste vergoeding die je ontvangt over belegde of gespaarde geld.
Vereniging van eigenaren
Als het eigendom van een pand (appartement, gesplitste woning) over meerdere eigenaren is verdeeld, vormen de eigenaren gezamenlijk een vereniging. Deze vereniging is wettelijk verplicht.
Verevening pensioenrechten
Zie pensioenverevening.
Vergoeding over grondkosten/bouwtermijnen
Dit is bij nieuwbouw een vergoeding (incl. omzetbelasting) over de grondkosten en overige op de datum van de koop-/ aannemingsovereenkomst verschuldigde termijnen, berekend volgens de methode die in de koop-/aannemingsovereenkomst is vastgesteld.
Verlengingskosten
De kosten die je moet betalen als je van de ene rentevaste periode overgaat naar de andere, ook wel verlengingskosten.
Vermogensrendementsheffing
Term voor de wijze waarop in Box III het vermogen minus de schulden wordt belast. In de regel komt deze belasting neer op een tarief van 1,2% over je huidige vermogen na aftrek van mogelijke vrijstellingen.
Verpanden
Via hypotheekakte vastgelegde verplichting dat (bijvoorbeeld) een levensverzekering onlosmakelijk verbonden is aan een hypotheek als aflossingsverplichting.
Verpanding
Zie verpanden
Vervolguitkering
Tweede fase van de WIA. Na afloop van de loondervingsuitkering ontvang je bij arbeidsongeschiktheid een vervolguitkering. De hoogte hiervan is afhankelijk van je arbeidsverleden, voormalige en huidige inkomen. De vervolguitkering is altijd lager dan de loondervingsuitkering.
Verwervingskosten
Het totaal benodigde bedrag om het huis te kunnen kopen (verwerven).
Vitaliteitssparen
Vitaliteitssparen is een vrij opneembare aanvulling op het inkomen, bruikbaar voor bijvoorbeeld het verlenen van zorg, deeltijdpensioen of scholing. De spaarloonregeling en de levensloopregeling zijn opgegaan in deze regeling.
Volle wezen
Kinderen waarvan beide ouders zijn overleden.
Voorlopig koopcontract
Koopcontract dat vooraf gaat aan de overdracht bij de notaris en waarin meestal ontbindende voorwaarden zijn opgenomen.
Voorlopige aanslag
Maandelijkse verrekening van de fiscus van het belastingvoordeel ten gevolge van de renteaftrek.
Vrij op naam (v.o.n.)
De overdrachtskosten zijn inbegrepen in de koopsom. Bij een nieuwbouwwoning is de BTW inbegrepen. Zie ook 'Overdrachtskosten'.
Vrijwillige onderhandse verkoopwaarde
Zie vrije verkoopwaarde.
Vrijwillige pensioenpremies
Binnen veel pensioenregelingen kan je vrijwillig extra sparen. Bijvoorbeeld voor extra pensioen of voor vervroegde pensionering.
Vruchtgebruiktestament
Testamentvorm. Hierbij gaan de bezittingen over naar de kinderen. De langstlevende partner behoudt het recht om de bezittingen te gebruiken. Bijvoorbeeld de eigen woning. Deze testamentvorm is vooral handig bij bezittingen die in de toekomst nog sterk in waarde zullen stijgen.
VUT(-regeling)
Vervroegde Uittreding. Systeem om voor de eigenlijke pensioendatum te kunnen stoppen met werken. VUT-regelingen werken volgens het omslagstelsel. Steeds meer regelingen worden omgebouwd naar een systeem van prepensioen.
W
Waarborgsom
Mogelijke zekerheidsstelling bij een koop van een (bestaande) woning voor de verkoper tot aan transportdatum waarbij de koper een bedrag (tot 10% van de afgesproken koopsom) overmaakt aan de notaris. Dit kan ook via een bankgarantie.
Waardevast pensioen
Na je pensionering wordt je pensioen jaarlijks gecorrigeerd voor inflatie. Je koopkracht blijft hierdoor gelijk.
Welvaartsvast
Na je pensionering wordt je pensioen jaarlijks gecorrigeerd voor de loonontwikkeling binnen je bedrijfstak. Je profiteert hierdoor mee van eventuele welvaartsstijgingen.
Wet Brede Herwaardering
Verzekeringswet van 1992 tot en met 2000 die vermogensopbouw via kapitaalsverzekeringen beperkt middels vrijstellingen, duur en maximale inleg. Sinds de invoering van de belastingherziening 2001 inhoudelijk gedeeltelijk opgenomen in het nieuwe boxenstelsel via overgangsrecht en vaste bepalingen en vrijstellingen in Box I en Box III.
Wet Waardering Onroerende Zaken, WOZ
De waardegrondslag van het huis welke door de gemeente bepaald wordt. Op basis van deze grondslag worden het eigenwoningforfait en de onroerend zaak belasting berekend.
Wet Werk en Bijstand, WWB
Vangnet binnen de sociale verzekeringen. Als iemand zelf geen inkomen kan verwerven en ook geen aanspraak kan maken op andere sociale voorzieningen, biedt de ABW een minimuminkomen.
Wettelijk erfdeel
Het deel van de erfenis waarop je erfgenamen recht hebben als je niets hebt geregeld rondom je nalatenschap.
Wettelijk erfrecht
Als je zelf niets regelt rondom je nalatenschap, regelt het wettelijk erfrecht de verdeling van hiervan.
Wezenpensioen
Uitkering op grond van je pensioenregeling aan halve of volle wezen. De uitkering aan volle wezen is vaak het dubbele van de uitkering aan halve wezen. Het recht op uitkering eindigt meestal op 21- of 23-jarige leeftijd.
WIA (Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen)
De WIA is een sociale voorziening die een basisuitkering verstrekt aan werknemers die arbeidsongeschikt zijn geworden.
WIA-excedent
Zie excedent.
WIA-gat
In vergelijking met eerdere wetgeving voor arbeidsongeschikten is de WIA (voorheen: WAO) sterk versoberd. De beperkingen in de hoogte van de uitkering staan bekend als het WIA-gat.
Woonlasten
Het bedrag dat je per jaar voor het bewonen van je huis moet betalen.
Woonlastenverzekering
Verzekering tegen de financiële gevolgen van arbeidsongeschiktheid. Je hypotheeklasten worden bij arbeidsongeschiktheid (gedeeltelijk) overgenomen door de verzekering.
Z
Ziektewet
Vangnet voor zieke werknemers. Met name bedoeld voor zwangerschapsverlof en werknemers wiens contract tijdens hun ziekte afloopt.
Zorgverlof
Verlof opgenomen om de zorg voor zieke familieleden op zich te nemen. Kan zowel onbetaald als (gedeeltelijk) doorbetaald worden opgenomen.