Actueel Terug naar actueel

Een uitstervend fenomeen: starter die in de Randstad nog een koophuis vindt

Jongeren moeten op de huizenmarkt een steuntje in de rug krijgen. Het is voor starters nu veel te moeilijk om een woning te kunnen kopen, vindt Twan Cats, commercieel directeur van De Hypotheker.

De status van starters op de huizenmarkt heeft haar nieuwste dieptepunt bereikt. Niet eerder zagen we bij De Hypotheker het aantal starters dat een hypotheek afsloot in één jaar zo snel afnemen: met 32 procent. De gemiddelde huizenprijs is in het afgelopen jaar explosief gestegen. 

starters met makelaar

De Tweede Kamer nam onlangs twee moties aan om de positie van starters op de huizenmarkt te versterken. Dit verplicht de regering te onderzoeken hoe de premie voor de Nationale Hypotheek Garantie (NHG) meegefinancierd kan blijven in de hypotheek, en hoe het onevenredig zwaar meewegen van een studieschuld bij de vaststelling van een hypotheekbedrag kan worden opgelost. 

Het is een positief signaal, maar nog steeds onvoldoende.

De (mogelijke) maatregelen zijn slechts een druppel op een gloeiende plaat. Starters moeten met nieuwe regelgevingen steeds meer eigen vermogen of spaargeld inbrengen, terwijl ze over minder middelen beschikken en vaak óók nog een studieschuld hebben. Makelaars- of notariskosten dienen bovendien ook uit eigen zak betaald te worden. 

Het water stijgt de starter, met name in de grote steden, tot de lippen. Dat de Randstad hierdoor een equivalent van Londen dreigt te worden is echter niet alleen zorgwekkend voor starters. Het gaat op den duur ongewenste sociaal-economische veranderingen teweegbrengen.

De diversiteit in deze steden komt namelijk onder druk te staan. Een diverse samenstelling van de stedelijke bevolking is een verrijking: van kennis, ervaring en creativiteit. Dit maakt van de stad een broedplaats van innovatie, vooruitgang en ondernemerschap. 

Wanneer de huizenmarkt in de Randstad zich in de huidige richting blijft ontwikkelen, ontstaat een situatie waarin jong, oud, gezinnen en ondernemer niet meer naast en met elkaar kunnen leven. Dagelijks spreken we als hypotheekadviseurs jongeren die zich willen vestigen in een grote stad, en steeds worden zij teleurgesteld. 

De stad als kweekvijver van creatief talent loopt hierdoor schade op. Als jongeren en (jonge) ondernemers zich niet in de stad kunnen vestigen, is dat een sociaal-culturele verarming, maar het gaat óók ten koste van de werkgelegenheid.

Niet thuis

De Randstadgemeenten zijn trots op het aantrekken van jong, studerend talent, maar geven in de vervolgfase niet thuis. De sociale woningmarkt zit potdicht. 

Deze uitzichtloze situatie wordt versterkt nu de starterslening in steeds minder gemeenten wordt aangeboden. Hiermee kunnen starters tussen 20.000 en 50.000 euro extra lenen, zonder dat zij hierover in de eerste drie jaar rente of aflossing betalen. Ik pleit ervoor dat (lokale) overheden in de Randstad de verantwoordelijkheid nemen door deze starterslening weer aan te bieden.

Een motie hierover werd door de Tweede Kamer vorige maand aangehouden. Wegkijken is niet langer een optie en de roep om actie werd nooit eerder zo breed en massaal gedragen.

Er zijn tal van maatschappelijk aanvaardbare maatregelen denkbaar om starters op de huizenmarkt een steun in de rug te geven, zonder dat dit onverantwoorde financiële risico's met zich meebrengt. Zoals het stimuleren van betaalbaar bouwen, het ombouwen van kantoren tot starterswoningen of de versoepeling van de inkomenstoets. 

De absolute politieke urgentie voor onconventionele maatregelen moet echter aanwezig zijn. In het regeerakkoord zijn starters een vergeten groep, en dat wordt niet voldoende weggenomen door de ingediende moties van de Tweede Kamer.

Relevante partijen - banken, bouwondernemingen, geldverstrekkers, de NHG en gemeenten - moeten nu samen actie ondernemen. Doen we dit niet, dan verliezen we binnen afzienbare tijd onze stedelijke diversiteit.

 

Dit artikel verscheen als opiniestuk in Trouw van 3 januari 2018.