Blog Blog

Renteverwachtingen van onze expert Philip Bokeloh

Philip Bokeloh | Econoom Economisch Bureau | ABN AMRO Bank Philip Bokeloh is econoom bij het Economisch Bureau van ABN AMRO, waar hij sinds 2004 werkzaam is. Hij is daar onder meer verantwoordelijk voor de analyse van de Nederlandse huizenmarkt en de ontwikkelingen op de financiële markten.
Leestijd: 5 min
Laatste update: 24-6-2022

Onze experts geven hun verwachtingen voor de komende periode. Bekijk in één oogopslag de verwachting voor de hypotheekrentes ook op de Rentebarometer.

Verwachting voor de hypotheekrente

  • Korte rente: omhoog
  • Lange rente: omhoog

De inflatie in de eurozone is het afgelopen jaar fors gestegen van 2% in mei 2021 naar 8,1% in mei 2022. De stijging komt vooral door de als gevolg van de Russische inval in Oekraïne hogere voedsel- en energieprijzen. Wanneer centrale banken het monetair beleid bepalen, laten zij de voedsel- en energieprijzen echter liever buiten beschouwing. Dit omdat deze sterk schommelen en het zicht op de inflatie op langere termijn kunnen belemmeren.

Maar ook de inflatie zonder voedsel- en energieprijzen loopt momenteel sterk op. De zogenaamde kerninflatie, die mei 2021 nog 1% bedroeg, stond in mei 2022 op 3,8%. Zo hoog dat de Europese Centrale Bank (ECB) op haar hoede is. Haar taak is immers te zorgen voor een gematigde inflatie op langere termijn. De streefwaarde die zij daarbij hanteert, is 2%, dus ruim onder het huidige inflatieniveau.

Als de inflatie te hard oploopt, moet de ECB ingrijpen en het monetair beleid verkrappen. Dit kan zij doen door enerzijds minder schuldtitels aan te kopen (een ingreep die vooral leidt tot een hogere rente voor leningen met een lange rentevast periode) en anderzijds door de officiële rentetarieven voor commerciële banken te verhogen (een ingreep die vooral effect heeft op de rente voor leningen met een korte rentevast periode, maar tevens aangrijpt op leningen met een lange rentevast periode).

Tot voor kort was de ECB zeer terughoudend met aanpassingen doorvoeren, onder andere vanwege het fragiele economische herstel. Hoewel de meest recente coronavarianten minder desastreus zijn dan eerdere varianten, blijft er onzekerheid over het verdere verloop van de pandemie, over de gevolgen daarvan voor de economie en over wat er gebeurt als steunmaatregelen van overheden zijn teruggedraaid.

Een andere reden voor de terughoudendheid van de ECB is dat de inflatiestijging vooral door tijdelijke aanbodproblemen wordt veroorzaakt. Wereldwijd zijn productieketens verstoord door lockdowns en transportbelemmeringen. Sommige fabrieken draaien op halve kracht, omdat de levering van microchips hapert. Zodra deze tijdelijke aanbodproblemen achter de rug zijn, zal het opwaartse effect ervan op de inflatie verdwijnen.

Verder gaat de ECB ervan uit dat structurele, inflatiematigende factoren op termijn weer de overhand zullen krijgen. Zo is in veel lidstaten de arbeidsmarkt nog ruim, wat een rem zet op de lonen. Verder is er overtollige productiecapaciteit bij bedrijven. Door het gat tussen de mogelijke en de feitelijke productie hebben bedrijven weinig prijszettingsmacht. Dit beperkt het gevaar van een duurzaam hoge inflatie.

Recent is de ECB echter van mening veranderd, deels vanwege de wisselkoers van de euro, die onder druk staat versus de dollar in verband met het krappere monetaire beleid in de VS. Door de verzwakking van de euro dreigen ingevoerde goederen en diensten in prijs te stijgen en kan de inflatie nog verder oplopen. De ECB ziet zich daarom gedwongen om, in navolging van de Amerikaanse centrale bank, het monetaire beleid te verkrappen.

Maar de belangrijkste reden voor de koerswijziging van de ECB zijn de inflatieverwachtingen bij Europese bedrijven en gezinnen. Die stijgen. Het kan een self-fulfilling prophecy worden als de inflatieverwachtingen te ver boven de 2%-doelstelling van de ECB uitkomen. Om de toename van in de kiem te smoren, wil de ECB stoppen met obligaties aankopen en de officiële rentetarieven verhogen.

Onlangs hintte de ECB erop dat zij het depositotarief, haar belangrijkste officiële rentetarief, bij het volgende monetair overleg in juli met 25 basispunten verhoogt naar -0,25%, en in september mogelijk nog een keer met 50 basispunten naar +0,25%. Wij denken dat de ECB daarna meer verhogingen zal doorvoeren, waardoor het depositotarief begin volgend jaar op 1% zal uitkomen. Vervolgens zal de ECB het depositotarief stabiel houden, omdat het recessiegevaar een groter gewicht krijgt in het beleid wanneer de conjunctuurindicatoren verder verslechteren.

Als gevolg van de renteverhogingen door de ECB zullen de rentes voor hypotheken met een korte rentevast periode navenant stijgen. Ook de rente op hypotheken met een lange rentevast periode zal naar verwachting omhoog gaan. Deze loopt namelijk in de pas met de rente op Nederlandse staatsleningen, plus een door de tijd min of meer stabiele risico-opslag.

De 10-jaars staatsrente stond begin dit jaar nog op 0%, is inmiddels gestegen naar ruim 2% (min of meer vergelijkbaar met de toename van de hypotheekrente), en zal oplopen richting 2,5% in de tweede helft van dit jaar. Wij gaan er van uit dat de 10-jaars staatrente na de piek in de tweede helft van dit jaar geleidelijk zal afzwakken richting 1,75% eind 2023. Indien onze prognoses uitkomen, is het grootste deel van stijging van de 10-jaars hypotheekrente inmiddels achter de rug, maar nog niet volledig, en begint de hypotheekrente vanaf eind dit jaar weer terug te zakken.

Meer renteverwachtingen

Lees ook de verwachtingen voor de rentestanden van onze andere experts: Rachelle Rijk en Mirjam Bani.

Actuele rentestanden per e-mail ontvangen?

Neem een gratis rentestandenabonnement. Je ontvangt wekelijks per e-mail een overzicht van de actuele rentestanden met daarbij de Rentebarometer, waarop je direct de trends en prognoses voor de rentestanden kan aflezen. Gebruik de actuele hypotheekrente als achtergrondinformatie bij het afsluiten van je hypotheek, of om te checken of je bestaande hypotheek nog wel up-to-date is. 

Aanmelden arrow_forward