15-6-2021

Prijsstijging koopwoningen neemt naar verwachting volgend jaar af

In april van dit jaar bedroeg de prijsstijging van koopwoningen 11,5 procent op jaarbasis, de hoogste stijging in 20 jaar. Deze prijsstijging zal volgend jaar afzwakken tot 5,5 procent, verwacht De Nederlandsche Bank (DNB).

De prijsstijging van 11,5 procent is hoger dan DNB in december had voorspeld: toen werd er uitgegaan van tien procent. Dit is een gevolg van een combinatie van meevallende ontwikkelingen in de bestedingsruimte van huishoudens en het beperkte aanbod van koopwoningen. Ook denkt DNB dat de afschaffing van de overdrachtsbelasting voor huizenkopers tot 35 jaar een prijsopdrijvend effect heeft gehad.


Krapte blijft aanhouden

Volgens DNB zal de krapte op de woningmarkt ten minste tot 2023 aanhouden. Het streven van het kabinet om gemiddeld 90.000 woningen per jaar te bouwen wordt dit jaar naar verwachting opnieuw niet gehaald. In het eerste kwartaal stonden slechte 17.500 woningen te koop, het laagste aantal sinds de start van de meting in 1995.

Door de aanhoudende krapte zullen de huizenprijzen voorlopig nog niet gaan dalen, maar de stijging zal naar verwachting wel flink afnemen. DNB gaat uit van een stijging van 5,5 procent in 2022 en van 3,5 procent in 2023. De belangrijkste redenen hiervoor zijn oplopende rentes op de kapitaalmarkt, waardoor de bestedingsruimte van huishoudens afneemt, en een stijging van de hypotheekrente


Oplossingen prijsstijgijng

De afzwakkende stijging is voor potentiële huizenkopers op zich goed nieuws, maar DNB benadrukt dat de betaalbaarheid van koophuizen steeds verder onder druk komt te staan. De oplossingen hiervoor zijn volgens DNB voornamelijk meer woningen bouwen en prijsopdrijvende fiscale subsidies voor woningbezit geleidelijk afschaffen.