Bijna vier op tien huizenbezitters tussen 45 en 54 jaar verwachten weinig effect van kabinetsplannen voor woningmarkt op woonsituatie in de toekomst
Ruim acht op de tien woningbezitters in de leeftijd van 45 tot 54 jaar hebben concrete woonwensen voor de toekomst. Toch verwacht maar liefst 62 procent dat hun woonsituatie binnen nu en vijf jaar onveranderd blijft. Terwijl de nieuwe coalitie bekend heeft gemaakt juist in te willen zetten op meer doorstroming op de woningmarkt. Bijna vier op de tien huizenbezitters verwachten niet dat het nieuwe woonbeleid invloed zal hebben op hun eigen woonsituatie. Bovendien geeft een derde aan niet te weten wat toekomstig woonbeleid voor hun persoonlijke situatie zal betekenen, zo blijkt uit onderzoek van De Hypotheker. Daarom is het volgens De Hypotheker belangrijk dat ook op korte termijn maatregelen volgen om de woningmarkt in beweging te krijgen.
De meeste 45- tot 54-jarigen wonen al langere tijd in hun huidige woning; ruim vier op de tien huizenbezitters wonen er zelfs al zestien jaar of langer. Tegelijkertijd blijkt uit het onderzoek dat maar liefst 86 procent iets wil aanpassen aan de woning. Zo wil ruim een derde investeren in onderhoud en wil bijna één op de drie huizenbezitters de woning (verder) verduurzamen. Ook het vernieuwen van de badkamer (32 procent) en keuken (28 procent) staat hoog op het wensenlijstje. Ruim acht op de tien mensen hebben concrete woonwensen voor de toekomst. Bijna drie op de tien woningbezitters willen graag lagere woonlasten en een kwart wil een levensloopbestendige woning en/of duurzamer wonen. Zo verwacht 28 procent dat hun woning binnen vijf tot tien jaar niet meer (volledig) geschikt is voor de levensfase waarin zij zich dan bevinden.
Ondanks flinke overwaarde wordt financiële speelruimte kleiner
In theorie beschikt deze groep huizenbezitters over veel financiële ruimte om hun plannen te realiseren. Maar liefst 86 procent beschikt over een flinke overwaarde, een kwart zelfs over 300.000 euro of meer. Vier op de tien woningbezitters willen deze overwaarde gebruiken voor de aankoop van een volgende woning; ruim een kwart beschouwt het als aanvulling op het pensioen en/of als middel om eerder te stoppen met werken (19 procent). Om hun woonwensen te kunnen realiseren, spelen ook fiscale prikkels een rol. 14 procent verwacht dat hun woonsituatie zal veranderen door veranderingen in belastingregels, zoals de hypotheekrenteaftrek. Het nieuwe kabinet heeft vooralsnog besloten deze ongemoeid te laten. Hoewel dit volgens De Hypotheker nu zorgt voor rust en voorspelbaarheid, zijn woningbezitters zich er niet altijd van bewust dat dit op termijn gevolgen kan hebben. Zo loopt in 2031 voor de eerste groep huiseigenaren de 30-jaarsperiode van de hypotheekrenteaftrek af. Dit kan gevolgen hebben voor hun maandlasten, die daardoor aanzienlijk kunnen stijgen, bijvoorbeeld als zij willen verhuizen, de bestaande woning willen verduurzamen of levensloopbestendig maken.
De groep 45- tot 54-jarigen is een belangrijke motor voor de doorstroming op de woningmarkt. Deze generatie heeft veel financiële draagkracht en ook concrete woonwensen voor de toekomst.
Hoewel het kabinet verhuizing onder meer wil vergemakkelijken door de introductie van een ‘doorstroomhypotheek’, is financiering slechts een deel van de oplossing, benadrukt Mark de Rijke, commercieel directeur van De Hypotheker. “Het fundamentele probleem blijft het beperkte woningaanbod. Zonder voldoende nieuwbouw zullen nieuwe financieringsvormen doorstroming slechts beperkt stimuleren”, aldus De Rijke. “In theorie is de groep 45- tot 54-jarigen een belangrijke motor voor de doorstroming op de woningmarkt. Deze generatie heeft veel financiële draagkracht en ook concrete woonwensen voor de toekomst. We zien echter dat onzekerheid over regelgeving, hoge verbouwingskosten en het woningtekort deze groep huizenbezitters terughoudend maakt. De kabinetsplannen - zoals het aanwijzen van dertig grootschalige bouwlocaties voor nieuwbouw - bieden pas over jaren perspectief. Zolang het woningaanbod niet toeneemt, blijft het verschil tussen de woonwensen van deze groep huizenbezitters en het realiseren hiervan groot. Het is dan ook cruciaal om al op kortere termijn meer passend woningaanbod te creëren, bijvoorbeeld door transformatie van bestaande panden naar levensloopbestendige woningen, om de woningmarkt veel sneller in beweging te krijgen.”