Hypotheekgever en hypotheeknemer

Bij het afsluiten van een hypotheek kom je in de hypotheekovereenkomst de termen hypotheekgever en hypotheeknemer tegen. Maar wat betekenen die termen precies en waar krijg je allemaal nog meer mee te maken bij het vestigen van een hypotheek? Op deze pagina geven we je uitgebreide informatie. We leggen het verschil uit tussen een hypotheeknemer en een hypotheekgever en gaan dieper in op het recht van hypotheek, een hypotheekrecht vestigen en wat de bevoegdheden van een hypotheekhouder zijn. 

Het recht van hypotheek en een hypotheekrecht vestigen

Voordat we het verschil gaan uitleggen tussen een hypotheekgever en een hypotheeknemer, vertellen we je eerst graag meer over het recht van hypotheek en een hypotheekrecht vestigen. Als je geld wilt lenen voor de aankoop of verbouwing van een huis, dan wil de bank of geldverstrekker op deze lening een hypotheekrecht vestigen. Zo heeft de bank zekerheid dat het door hen uitgeleende geld uiteindelijk ook wordt terugbetaald. Voor het vastleggen van een recht van hypotheek (een hypotheekrecht vestigen) is een notariële akte nodig: de hypotheekakte.

Wie is de hypotheekgever?

Je zou denken dat de woorden hypotheekgever en hypotheeknemer direct duidelijk maken wat ze inhouden. Toch is de omschrijving ervan waarschijnlijk precies omgekeerd aan datgene wat je vooraf in je hoofd had. Een hypotheekgever is namelijk degene die de onroerende zaak als onderpand aanbiedt (dat ben jij dus als huiseigenaar of geldnemer).

De hypotheekgever is dus degene die eigenaar is van een onroerende zaak (de woning) en hierop hypotheek laat vestigen. Je geeft je woning als onderpand aan de hypotheeknemer, vaak de bank, in ruil voor een lening.

Vaak is de hypotheekgever ook de geldnemer, maar een hypotheek kan ook worden gevestigd als zekerheid voor de schulden van een ander. Bijvoorbeeld als ouder zijnde kun je op je eigen woning een hypotheek laten vestigen ten behoeve van de schulden van je dochter of zoon. Dit soort constructies worden onder andere gebruikt om starters aan een woning te helpen met behulp van hun ouders.
 

Welke bevoegdheden heeft een hypotheekgever?

De hypotheekgever is bevoegd om hypotheek te verlenen in de volgende situaties:

  • Juridisch eigendom: als je het juridische eigendom van een woning (onroerende zaak) hebt, ben je ook bevoegd om de woning met hypotheek te verzwaren.
  • Zakelijk gebruiksrecht: als je het zakelijke gebruiksrecht hebt op een registergoed, dan kan je dit zakelijke gebruiksrecht met hypotheek verzwaren. De vier belangrijkste zakelijke gebruiksrechten waarop hypotheek kan worden gevestigd, zijn het opstalrecht, het erfpachtrecht, het vruchtgebruik, en het appartementsrecht.
     

Wie is de hypotheeknemer?

Een hypotheeknemer is juist degene die de onroerende zaak als onderpand aanvaardt (de hypotheekinstelling of geldgever). De hypotheeknemer is degene die de lening verstrekt (de bank of financieringsmaatschappij) en daarvoor hypotheek als onderpand laat vestigen op een onroerende zaak (de woning). De hypotheeknemer wordt ook wel de hypotheekhouder genoemd.

Welke bevoegdheden heeft een hypotheekhouder?

Een hypotheeknemer of hypotheekhouder heeft enkele belangrijke bevoegdheden, die in de wet zijn vastgelegd.

  • Recht van voorrang bij verhaal

Het recht van voorrang bij verhaal betekent dat een hypotheekhouder voorrang heeft op overige crediteuren (schuldeisers). Een schuldeiser mag bij achterstand van betaling verhalen op alle goederen van de schuldenaar. Als bijvoorbeeld de bank zich verhaalt op een woning waarop een hypotheek rust, dan heeft de bank, de hypotheeknemer, voorrang bij verdeling van de opbrengst onder de schuldeisers.

  • Recht van parate executie

Het recht van parate executie wil zeggen dat de hypotheeknemer, de bank, bevoegd is het verbonden goed, de woning, in het openbaar ten overstaan van een notaris te verkopen, als jij als hypotheekgever de schuld waarvoor de hypotheek is verleend niet terugbetaald. De hypotheekhouder hoeft geen beslag te leggen om de woning te gelde te maken, maar mag de woning echter niet tot zich toe-eigenen. Onderhandse verkoop kan ook. Hiervoor moet de president van de rechtbank eerst toestemming geven. Onderhandse verkoop werkt als volgt: na de verkoop geeft de hypotheeknemer de koopsom aan de notaris. In het eenvoudigste geval (wanneer er maar één hypotheeknemer is) ontvangt de hypotheeknemer van de notaris datgene wat hem toekomt. De voormalige eigenaar ontvangt het eventuele restant. Als er meer hypotheeknemers, beslagleggers of schuldeisers zijn, dan zorgt de notaris ervoor dat de opbrengst van de woning na verkoop juist wordt verdeeld.

  • Separatistpositie bij faillissement

In geval van een faillissement van de hypotheekgever is de hypotheekhouder separatist. Dit hangt samen met het recht van parate executie. Separatist zijn is een belangrijk voordeel voor de hypotheeknemer omdat dit betekent dat hij zijn recht kan uitoefenen alsof er geen faillissement heeft plaatsgevonden. De hypotheeknemer bespaart hiermee een bijdrage in de faillissementskosten, die hoog kunnen oplopen. Bovendien behoudt de hypotheeknemer het initiatief tot verkoop.

 

Hypotheeknemer en hypotheekgever