Verschillen in huizenprijzen tussen gemeenten nemen toe
De huizenprijzen zijn in het tweede kwartaal van 2026 opnieuw gestegen, maar de verschillen tussen gemeenten zijn groot. Landelijk waren bestaande koopwoningen gemiddeld 4,2 procent duurder dan een jaar eerder. In sommige gemeenten stegen de prijzen met meer dan 20 procent, terwijl in zes gemeenten juist sprake was van een prijsdaling. Dat blijkt uit nieuwe cijfers van het CBS en het Kadaster.
Vooral in het noorden en oosten van Nederland lopen de huizenprijzen relatief hard op. In Oost Gelre stegen de prijzen met 20,9 procent ten opzichte van een jaar eerder. Ook in Voorst (+19,4 procent) en Pekela (+16,2 procent) was de stijging aanzienlijk.
Prijsontwikkeling verschilt sterk per regio
In het westen van Nederland stijgen de huizenprijzen over het algemeen minder hard. Dat is ook zichtbaar in de vier grote steden. In Amsterdam lagen de verkoopprijzen slechts 0,1 procent hoger dan een jaar geleden. In Utrecht was dat 2,2 procent, in Rotterdam 3,2 procent en in Den Haag 4,5 procent.
In zes gemeenten waren bestaande koopwoningen zelfs goedkoper dan een jaar eerder. De grootste daling vond plaats in Noord-Beveland, waar de prijzen met 5,1 procent afnamen. Ook in Ouder-Amstel, Hillegom, Valkenswaard, Veldhoven en IJsselstein daalden de prijzen.
Landelijke prijsstijging vlakt af
Hoewel de verschillen per gemeente groot zijn, stijgen de huizenprijzen landelijk nog altijd. Het tempo waarin woningen duurder worden neemt wel af. In veel gemeenten hebben de huizenprijzen inmiddels nieuwe recordhoogtes bereikt.
Voor woningzoekers laat de ontwikkeling vooral zien dat de situatie op de woningmarkt sterk afhankelijk is van waar je zoekt. Niet alleen het woningaanbod, maar ook de prijsontwikkeling en concurrentie tussen kopers kunnen per gemeente flink verschillen.