Woonlasten voor veel mensen gedaald, maar niet voor iedereen
Nederlanders zijn, ondanks de sterk gestegen huren en huizenprijzen, sinds 2019 gemiddeld minder geld kwijt aan hun huur- of koopwoning, schrijft ABN AMRO. Op het eerste gezicht een positieve ontwikkeling, maar niet iedereen profiteert. Vooral starters hebben het volgens de bank lastig op de huizenmarkt.
ABN AMRO meldt dat de woonlasten tussen 2019 en 2025 in bijna alle regio’s zijn gedaald voor zowel huizenbezitters als huurders in de vrije sector. De belangrijkste reden hiervoor zijn de sterk gestegen lonen. De inkomens stegen gemiddeld harder dan de huren en hypotheken. Achter deze cijfers gaan desondanks wel grote verschillen schuil.
In tien jaar tijd zijn de huizenprijzen in Nederland meer dan verdubbeld. Volgens ABN AMRO is dongeveer de helft van deze stijging toe te schrijven aan inflatie, oftewel de algemene prijsstijging in de economie. Tegelijkertijd zijn we ook meer gaan verdienen. Cao-lonen stegen bijvoorbeeld met 35 procent. Het reëel besteedbaar inkomen (inkomen na correctie voor prijsstijgingen) nam met 20 procent toe. Huizenkopers konden hierdoor meer lenen, wat de huizenprijzen verder opdreef.
Gemiddeld is een huiseigenaar op dit moment 20 tot 28 procent van zijn of haar inkomen kwijt aan wonen. Op regionaal gebied zijn hierin grote verschillen te zien. In de grote steden liggen de woonlasten bijvoorbeeld aanzienlijk hoger. Rotterdam is een uitzondering. Vanwege snelle inkomensgroei daalden de woonlasten hier sinds 2019. Huurders zijn procentueel gezien aanzienlijk meer kwijt aan hun onderdak. Vrijesectorhuurders betalen vaak 28 tot 28 procent van hun inkomen aan woonlasten.
Voor starters is het beeld anders. Hun woonlasten daalden gemiddeld met slechts 1 procentpunt en namen in de vier grote steden zelfs toe. Een starter in Amsterdam is nu tot 2 procentpunt meer kwijt aan woonlasten dan in 2019. Volgens ABN AMRO ontstaat er hierdoor een kloof tussen starters en mensen die al langer een eigen woning bezitten.
Starters wonen daarnaast steeds kleiner. Hun huizen zijn gemiddeld 10 tot 15 vierkante meter kleiner dan die van huiseigenaren die al even een koophuis hebben. Per vierkante meter betalen koopstarters soms zelfs 20 procent meer per vierkante meter dan in 2019. Voor startende huurders loopt dat op tot 30 procent. Lagere woonlasten vinden volgens ABN AMRO dus vaak hun door minder woonruimte.