Onroerende zaakbelasting

De onroerende zaakbelasting (OZB) wordt jaarlijks betaald door eigenaren van een woning aan de gemeente. Voor het bepalen van de OZB wordt gekeken naar de waarde van de woning. Deze waarde wordt de WOZ genoemd en wordt vastgesteld volgens de regels van de Wet Waardering Onroerende Zaken. De WOZ wordt bij de belastingaanslag op het aanslagbiljet vermeld.

Ben je op 1 januari eigenaar of gebruiker van een woning, dan ben je belastingplichtig voor het gehele jaar. Als je in de loop van het jaar van woning wisselt, heeft dit geen invloed op de belastingheffing van dat jaar.

OZB

Het is gebruikelijk dat de notaris bij transport van een woning de eigenaren onroerende zaakbelasting (OZB) verrekent. De nieuwe eigenaar betaalt de OZB voor het deel van het jaar dat hij eigenaar is van de woning.

Door herwaardering van de WOZ is er sprake van een waardestijging ten opzichte van het oude tarief. Hierdoor zal de onroerende zaakbelasting ook gaan stijgen. Om deze stijging te compenseren zijn er gemeenten die de onroerende zaakbelasting hebben verlaagd. De gemeente stelt de WOZ ieder jaar opnieuw vast. De OZB kan dus per jaar verschillen.

Huurders van woningen betalen geen OZB. Je kunt geen bezwaar maken tegen het OZB-tarief geheven door de gemeente. Je kunt wel een bezwaar maken tegen de waardebepaling van je woning (de WOZ).

Rekenvoorbeeld
Je wilt weten wat je aan OZB moet betalen dit jaar. Het bedrag van de OZB-aanslag is een door de gemeenteraad vastgesteld percentage van de WOZ-waarde. 
Stel, de percentages zijn in jouw gemeente als volgt bepaald:

Onroerende zaakbelasting Tarief
Woningen eigenaar 0,1280%
Niet-woningen eigenaar 0,3186%
Niet-woningen gebruiker 0,2529%


De WOZ-waarde van je woning is 205.000 euro. Aan OZB betaal je dus het volgende eigenarendeel: (205.000 / 100) x 0,1280 = 262,40 euro.