Pensioen aanvullen

Een pensioen is het geheel van uitkeringen die je ontvangt nadat je bent gestopt met werken. Het kan bestaan uit AOW en/of werkgeverspensioen. Hiernaast kun je ook zelf je pensioen aanvullen. Dit kan op diverse manieren:
  • Bijsparen in je pensioenregeling

Soms kun je in je pensioenregeling van je werk voor eigen rekening bijsparen. Raadpleeg je pensioenregeling of dit bij jouw werkgever ook kan.

  • Sparen of beleggen

Je kunt geld opzij zetten door te sparen, te beleggen of door vermogen op te bouwen in je eigen huis. Je gebruikt dit dan later voor je pensioen. Te allen tijde kun je over het opgebouwde kapitaal beschikken. Wel moet je gedurende de opbouw (mogelijk) vermogensrendementsheffing betalen. 

  • Lijfrente

Je kunt een lijfrenteverzekering afsluiten of geld storten op een lijfrentespaarrekening of -beleggingsrekening (banksparen). Uit je bruto inkomen betaal je dan een periodieke premie of een koopsom. Van het kapitaal dat je zo op je pensioendatum bij elkaar gespaard hebt, kun je een periodieke uitkering kopen: een lijfrente. Je kunt kiezen uit twee lijfrentes:

1. Tijdelijke oudedagslijfrente

Deze lijfrentevorm zorgt ervoor dat je tijdelijk een hoger inkomen hebt dan je pensioen. Als je de premie hebt afgetrokken, mag de uitkering alleen aan jou plaatsvinden. De uitkering moet minimaal vijf jaar lopen, heeft een maximum en eindigt bij jouw dood. Je betaalt belasting over de uitkering.

2. Levenslange oudedagslijfrente

Deze lijfrente is bedoeld als een levenslange ouderdomsvoorziening. De lijfrente kan ingaan wanneer je maar wilt en loopt dan tot je overlijdt. Over de uitkering betaal je belasting.