Nabestaandenpensioen: alles wat je moet weten

In vrijwel alle pensioenregelingen wordt een voorziening voor je nabestaanden opgebouwd. Zo’n zogeheten nabestaandenpensioen bestaat meestal uit een partnerpensioen (of weduwenpensioen) en een (half)wezenpensioen. Dit nabestaandenpensioen gaat meteen in na je overlijden, ook als je de pensioenleeftijd nog niet hebt bereikt. De hoogte van het nabestaandenpensioen verschilt per pensioenregeling.

Recht op een nabestaandenpensioen

Ben je gehuwd of geregistreerd partner, dan heeft bij het overlijden van één van de partners, de andere partner recht op een nabestaandenpensioen (ook wel partnerpensioen). In de meeste pensioenregelingen heeft ook de achtergebleven partner bij ongehuwd samenwonenden recht op een nabestaandenpensioen. Meestal eist de pensioenuitvoerder wel dat er een samenlevingscontract is of dat er kinderen zijn. Lees meer over samenlevingsvormen.

partnerpensioen

Partnerpensioen of weduwenpensioen?

We spreken soms ook wel over een weduwenpensioen of partnerpensioen als het gaat om een nabestaandenpensioen. Je kunt deze termen dus in principe allemaal gebruiken. 

Wezenpensioen

Naast een nabestaandenpensioen in de vorm van een partnerpensioen bestaat er ook nog een zogeheten (half)wezenpensioen. Een (half)wezenpensioen is een pensioenvorm die kan worden uitgekeerd als kinderen een ouder verliezen. Een kind komt in aanmerking voor een wezenpensioen als de beide ouders zijn overleden. Het komt voort uit een werkgeverspensioen en kan van bedrijf tot bedrijf verschillen. De hoogte van het pensioen is afhankelijk van de voorwaarden maar in veel gevallen komt het neer op 20% van het nabestaandenpensioen. De duur van de uitkering is afhankelijk van de leeftijd van het kind en de pensioenvoorwaarden. Meestal loopt het tot het 18e of 21e levensjaar, maar hier zijn soms ook uitzonderingen op.

De hoogte van het nabestaandenpensioen

Het nabestaandenpensioen wordt over het algemeen uitgedrukt in een percentage van het ouderdomspensioen. Veel pensioenregelingen gaan er bij de berekeningen vanuit dat iemand tot aan de pensioendatum in dienst zou zijn gebleven. Het pensioen dat dan bereikt zou zijn, wordt het "te bereiken ouderdomspensioen" genoemd. Het nabestaandenpensioen is meestal 70 procent van het te bereiken ouderdomspensioen. Ben je tussentijds één of meermalen van werkgever veranderd, dan bouw je over het algemeen geen volledig pensioen op. Dat kan dan uiteraard ook gevolgen hebben voor het nabestaandenpensioen. Het (half)wezenpensioen bedraagt zoals al eerder gezegd meestal 20 procent van het nabestaandenpensioen. Bij volle wezen wordt dit percentage vaak verdubbeld. In oude pensioenregelingen is het wezenpensioen niet gekoppeld aan het te bereiken ouderdomspensioen, maar aan het pensioen dat was opgebouwd tot het moment van overlijden.


Bijzonder nabestaandenpensioen 

Als je een ex-partner hebt, heeft die mogelijk ook recht op een uitkering van je pensioenuitvoerder als jij overlijdt. Dit heet het bijzonder nabestaandenpensioen of bijzonder partnerpensioen.

Dit bijzonder nabestaandenpensioen krijgt je ex-partner alleen als in je pensioenregeling staat dat er een partnerpensioen op opbouwbasis is. Is het partnerpensioen op risicobasis verzekerd? Dan vervalt het partnerpensioen nadat jullie uit elkaar zijn gegaan.
Bij een echtscheiding is het mogelijk om bewust afstand te doen van het bijzonder nabestaandenpensioen. Dat moet dan wel schriftelijk zijn overeengekomen en vast te zijn gelegd in het echtscheidingsconvenant.

Bekijk in het echtscheidingsconvenant welke afspraken jij en je ex-partner hierover hebben gemaakt.

Geen of minder nabestaandenpensioen

Als je van werkgever wisselt of je baan verliest kan het recht op nabestaandenpensioen vervallen. Je partner krijgt bij jouw overlijden in dat geval geen pensioen van de oude pensioenuitvoerder.

Daarnaast stopt in sommige regelingen de uitkering als je achtergebleven partner opnieuw gaat samenwonen of trouwen. Dat is afhankelijk van de voorwaarden van de pensioenuitvoerder.

Nabestaandenpensioen en AOW

Naast het gewone partnerpensioen bieden sommige regelingen ook een tijdelijk partnerpensioen. Dit is speciaal voor achterblijvende partners die op het moment van overlijden van hun partner nog niet AOW-gerechtigd zijn. Zo’n tijdelijk partnerpensioen is bedoeld om het gemis aan ANW-uitkering (ook wel het ANW-hiaat genoemd) te kunnen opvangen. Op het moment dat je wel de AOW-gerechtigde leeftijd hebt bereikt, stopt dit tijdelijke partnerpensioen. Het reguliere partnerpensioen loopt na die datum gewoon door. Zo ontvang je dus tegelijkertijd AOW en een partnerpensioen.

Hoe lang krijg je nabestaandenpensioen?

Een nabestaandenpensioen in de vorm van een partnerpensioen is een pensioen dat in Nederland levenslang wordt uitgekeerd aan de partner van een overleden deelnemer van een pensioenfonds. Als het gaat om een ANW-uitkering dan stopt de uitkering als je niet meer aan de voorwaarden voldoet. Bijvoorbeeld omdat je de AOW-leeftijd hebt bereikt. 



De informatie op deze pagina is gecontroleerd door:

Gerard van Buuren | Specialist Advieskennis Gerard is specialist advieskennis bij De Hypotheker en ondersteunt adviseurs op vakinhoudelijk niveau en de dagelijkse adviespraktijk.